Getallen: Breuken
Breuken
Breuken
De pizza hiernaast is in #5# even grote stukken verdeeld.
Elk stuk is één vijfde van de pizza. We schrijven dit als #\tfrac 15#.
Iemand eet #4# van de #5# stukken op.
Voor #4# van de #5# schrijven we #\tfrac45#.
Het getal #\require{color} \definecolor{blue}{RGB}{45, 112, 179}\tfrac{\orange{4}}{\blue{5}}# heet een breuk.
In #\tfrac{\orange{4}}{\blue{5}}# heet #\orange{4}# de teller. Deze telt hoeveel stukken we hebben.
In #\tfrac{\orange{4}}{\blue{5}}# heet #\blue{5}# de noemer. Deze noemt in hoeveel stukken de pizza verdeeld is.
De teller en de noemer worden van elkaar gescheiden door een breukstreep.
#1#
De teller van een breuk is het getal boven de breukstreep. In dit geval is de teller dus gelijk aan #1#.
De teller van een breuk is het getal boven de breukstreep. In dit geval is de teller dus gelijk aan #1#.
Ontgrendel volledige toegang
Toegang voor leraar
Vraag een demo account aan. Wij helpen je graag op weg met onze digitale leeromgeving.